Niets verpest een mooie wandeldag sneller dan een pijnlijke blaar. Het goede nieuws is dat blaren bijna altijd te voorkomen zijn met een beetje voorbereiding en aandacht voor je voeten. Wrijving, vocht en warmte zijn de drie boosdoeners, en die kun je alle drie aanpakken.
Begin bij je schoenen en sokken
De basis ligt bij goed passend schoeisel. Wandelschoenen die te ruim zitten laten je voet schuiven, terwijl te krappe schoenen drukpunten veroorzaken. Loop nieuwe schoenen altijd eerst in op korte tochten voordat je een dagtocht onderneemt. Kies daarnaast voor wandelsokken van wol of een synthetische mix die vocht afvoert. Katoenen sokken houden zweet vast en zijn vragen om problemen.
Veel ervaren wandelaars zweren bij twee paar sokken over elkaar, of bij dunne liner-sokken. De twee lagen schuiven dan langs elkaar in plaats van langs je huid.
Houd je voeten droog
Vochtige huid is veel gevoeliger voor wrijving. Neem op warme dagen een reservepaar sokken mee en verschoon halverwege. Een beetje voetpoeder of antitranspirant op je voeten kan zweet flink verminderen.
Reageer op de eerste tekenen
Voel je een warme, gevoelige plek ontstaan, stop dan meteen. Op dat moment is er nog niets aan de hand, maar over een uur wel. Plak preventief een stukje tape of een speciale blarenpleister op de plek. Wachten tot het echt pijn doet is bijna altijd te laat.
Een handig noodpakketje voor onderweg bevat:
- blarenpleisters of hydrocolloïdpleisters
- een rol medische tape
- een schoon reservepaar sokken
- een kleine schaar of nagelschaartje
Krijg je toch een blaar, prik die dan alleen door als het echt moet en houd het wondje schoon. Met deze gewoontes loop je voortaan zorgeloos kilometer na kilometer.
